Vrucht ≠ zaad ≠ zaadolie ≠ extract ≠ maceraat

ByChrisje SkinLab

Vrucht ≠ zaad ≠ zaadolie
≠ extract ≠ maceraat.

“Met framboos.” “Met cactusvijg.” “Met calendula.” Het klinkt duidelijk, maar technisch vertelt alleen de naam van een plant ons verrassend weinig.

Welk deel van de plant is gebruikt? En wat is ermee gedaan voordat het een cosmetische grondstof werd?

Ingrediënten onder de loep • Formulering & functie
EEN PLANTNAAM IS PAS HET BEGIN

“Er zit framboos in.”

Welke framboos?

Gaat het om het vruchtvlees? Het zaad? Olie uit het zaad? Een waterig extract? Een glycerine-extract? Of plantaardig materiaal dat in een andere olie is gemacereerd?

Ze kunnen allemaal met dezelfde plant beginnen en tóch totaal verschillende cosmetische grondstoffen opleveren.

STAP 1 • WELK PLANTDEEL?

Eén plant bestaat uit verschillende chemische werelden.

Stoffen zijn niet automatisch gelijk verdeeld over de hele plant. Zaad, vrucht, blad, bloem en wortel kunnen ieder een ander samenstellingsprofiel hebben.

Zaad Kan onder andere opslaglipiden en andere zaadgebonden componenten bevatten.
Vrucht Heeft een andere samenstelling en functie binnen de plant dan het zaad.
Blad / bloem / wortel Kunnen weer heel andere verbindingen bevatten dan vrucht of zaad.
STAP 2 • WELKE GRONDSTOF?

En dan moet de plant nog een cosmetische grondstof worden.

01

Zaadolie

Olie verkregen uit het zaad.

De grondstof bestaat hoofdzakelijk uit de oliefractie van het zaad: bijvoorbeeld triglyceriden, vetzuren en vetoplosbare componenten.

02

Extract

Bestanddelen worden uit plantmateriaal geëxtraheerd.

Welke verbindingen uiteindelijk in het extract terechtkomen, hangt mede af van het gebruikte plantdeel en het extractiemiddel.

03

Maceraat

Plantmateriaal wordt in een drager getrokken.

Bij een oliemaceraat worden bepaalde olie-oplosbare bestanddelen uit plantmateriaal overgebracht naar een draagolie.

04

Poeder

Gedroogd en fijngemalen plantmateriaal.

Dit is opnieuw een andere grondstofvorm, met andere eigenschappen en andere mogelijkheden binnen een formulering.

DAAROM

Een maceraat is niet hetzelfde als de olie van die plant.

Calendulabloemen + zonnebloemolie ≠ calendula-olie geperst uit een zaad.

Bij een maceraat is de draagolie een essentieel onderdeel van de uiteindelijke grondstof. De eigenschappen van die draagolie verdwijnen niet doordat er een plant in gemacereerd is.

“Calendula-olie” kan in gewone consumententaal heel logisch klinken, maar als formuleerder wil je weten wat er daadwerkelijk in die fles zit.
EXTRACT IS OOK GEEN EINDPUNT

“Plantenextract” vertelt nog steeds niet genoeg.

Extractie is selectief. Verschillende oplosmiddelen halen verschillende typen verbindingen uit plantaardig materiaal.

Water Is geschikt voor andere verbindingen dan een olieachtige drager.
Glycerine Kan als onderdeel van een extractiemedium worden gebruikt.
Alcohol Heeft opnieuw andere oplos-eigenschappen en toepassingen.
Olie Richt zich vooral op componenten die zich in de gebruikte olie kunnen oplossen.
Dezelfde plant + een ander extractiemiddel = niet automatisch dezelfde grondstof.
DAAROM BESTAAT INCI

De voorkant vertelt het verhaal.
De INCI vertelt wat er gebruikt is.

Een marketingnaam kan simpelweg “framboos”, “rozemarijn” of “cactusvijg” zeggen.

De ingrediëntendeclaratie geeft veel specifieker aan met welke cosmetische grondstof je te maken hebt. Dat maakt verschil wanneer je wilt begrijpen wat er daadwerkelijk in een formule zit.

DENK ALS EEN FORMULEERDER

Begin niet bij de plantnaam.

Begin bij de functie die je in je formule nodig hebt.

01 Wat wil ik bereiken? Bepaal eerst de functie binnen de formule.
02 Welke grondstofvorm? Olie, extract, maceraat, poeder of iets anders?
03 Welke specificaties? Kijk naar samenstelling, drager, oplosbaarheid en gebruik.
04 Hoe verwerken? Dosering, fase, temperatuur en formulatiecontext tellen mee.
VOOR DE DIY-FORMULEERDER

“Ik wil calendula gebruiken” is nog geen grondstofkeuze.

De volgende vraag is: welke calendula-grondstof past bij wat je probeert te formuleren?

Een waterig extract en een oliemaceraat zijn bijvoorbeeld niet zonder meer uitwisselbaar. Ze gedragen zich anders in een formule en kunnen andere verwerkingseisen hebben.

Grondstoffen kies je op functie en specificatie — niet alleen omdat de botanische naam aantrekkelijk klinkt.
FORMULATOR CHECK

Zie je een botanisch ingrediënt?

Vraag dan verder dan alleen: “Welke plant is dit?”

01 Welk deel van de plant wordt gebruikt?
02 Gaat het om olie, extract, maceraat, poeder of een andere grondstof?
03 Hoe is de grondstof verkregen?
04 Is er een drager of extractiemiddel aanwezig?
05 Welke INCI hoort bij de daadwerkelijke grondstof?
06 Welke functie heeft deze specifieke grondstof binnen de formule?
KORT GEZEGD

De plant vertelt waar het begon.

De grondstof vertelt waarmee je daadwerkelijk formuleert.

Vrucht, zaad, olie, extract en maceraat zijn geen verschillende woorden voor hetzelfde ingrediënt. Juist die verschillen bepalen wat een grondstof kan toevoegen aan een cosmetische formule.

ByChrisje SkinLab
Feiten • Wetenschap • Transparantie