Vrucht ≠ zaad ≠ zaadolie ≠ extract ≠ maceraat
Vrucht ≠ zaad ≠ zaadolie
≠ extract ≠ maceraat.
“Met framboos.” “Met cactusvijg.” “Met calendula.” Het klinkt duidelijk, maar technisch vertelt alleen de naam van een plant ons verrassend weinig.
Welk deel van de plant is gebruikt? En wat is ermee gedaan voordat het een cosmetische grondstof werd?
“Er zit framboos in.”
Gaat het om het vruchtvlees? Het zaad? Olie uit het zaad? Een waterig extract? Een glycerine-extract? Of plantaardig materiaal dat in een andere olie is gemacereerd?
Ze kunnen allemaal met dezelfde plant beginnen en tóch totaal verschillende cosmetische grondstoffen opleveren.
Eén plant bestaat uit verschillende chemische werelden.
Stoffen zijn niet automatisch gelijk verdeeld over de hele plant. Zaad, vrucht, blad, bloem en wortel kunnen ieder een ander samenstellingsprofiel hebben.
En dan moet de plant nog een cosmetische grondstof worden.
Zaadolie
Olie verkregen uit het zaad.De grondstof bestaat hoofdzakelijk uit de oliefractie van het zaad: bijvoorbeeld triglyceriden, vetzuren en vetoplosbare componenten.
Extract
Bestanddelen worden uit plantmateriaal geëxtraheerd.Welke verbindingen uiteindelijk in het extract terechtkomen, hangt mede af van het gebruikte plantdeel en het extractiemiddel.
Maceraat
Plantmateriaal wordt in een drager getrokken.Bij een oliemaceraat worden bepaalde olie-oplosbare bestanddelen uit plantmateriaal overgebracht naar een draagolie.
Poeder
Gedroogd en fijngemalen plantmateriaal.Dit is opnieuw een andere grondstofvorm, met andere eigenschappen en andere mogelijkheden binnen een formulering.
Een maceraat is niet hetzelfde als de olie van die plant.
Bij een maceraat is de draagolie een essentieel onderdeel van de uiteindelijke grondstof. De eigenschappen van die draagolie verdwijnen niet doordat er een plant in gemacereerd is.
“Plantenextract” vertelt nog steeds niet genoeg.
Extractie is selectief. Verschillende oplosmiddelen halen verschillende typen verbindingen uit plantaardig materiaal.
De voorkant vertelt het verhaal.
De INCI vertelt wat er gebruikt is.
Een marketingnaam kan simpelweg “framboos”, “rozemarijn” of “cactusvijg” zeggen.
De ingrediëntendeclaratie geeft veel specifieker aan met welke cosmetische grondstof je te maken hebt. Dat maakt verschil wanneer je wilt begrijpen wat er daadwerkelijk in een formule zit.
Begin niet bij de plantnaam.
Begin bij de functie die je in je formule nodig hebt.
“Ik wil calendula gebruiken” is nog geen grondstofkeuze.
De volgende vraag is: welke calendula-grondstof past bij wat je probeert te formuleren?
Een waterig extract en een oliemaceraat zijn bijvoorbeeld niet zonder meer uitwisselbaar. Ze gedragen zich anders in een formule en kunnen andere verwerkingseisen hebben.
Zie je een botanisch ingrediënt?
Vraag dan verder dan alleen: “Welke plant is dit?”
De plant vertelt waar het begon.
Vrucht, zaad, olie, extract en maceraat zijn geen verschillende woorden voor hetzelfde ingrediënt. Juist die verschillen bepalen wat een grondstof kan toevoegen aan een cosmetische formule.
Feiten • Wetenschap • Transparantie

